Partij voor de Dieren Leiden wil stadslandbouw in leegstaande kantoren

23-04-2012

De gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren te Leiden ziet stadslandbouw als nieuwe bestemming is voor de leegstaande kantoren in Leiden. Deze vorm van stadslandbouw wordt “verticale landbouw” genoemd. De partij zal hiertoe op de gemeenteraadsvergadering van 26 april een motie indienen om die mogelijkheid te laten onderzoeken.

Leiden kampt net zoals de rest van Nederland met een toenemende, structurele leegstand van kantoren. Volgens de kantorenmonitor Holland Rijnland 2011 staat 85.900 m2 aan bruto kantooroppervlakte leeg: 8,5 hectare in landbouwtermen gesproken. Het percentage is in een paar jaar gegroeid van 5% naar 14% en zonder succesvolle ingrepen zal dit percentage toenemen naar 18%. De recessie, het Nieuwe Werken en de bouw van nieuwe kantoren hebben gezorgd voor forse leegstand in vooral de oudere kantoorgebouwen. Leegstand heeft een negatieve invloed op het vestigingsklimaat, de leefbaarheid en het gevoel van veiligheid. Het college wil daarom een stadsloods aanstellen die samen met de vastgoedeigenaren moet kijken wat de beste oplossing is voor hun kantoorpanden.

Verticale landbouw is vooral geschikt voor gewassen die kwetsbaar zijn of snel bederven, zoals bladsla, aardbeien en andere kleine fruitsoorten. In verticale stadslandbouw is een krop sla rijp in 20 dagen (op het land duurt het 60 dagen), zonder genetische modificatie of kunstmest.  In New York, Londen en Chicago is “urban agriculture” al succesvol. En in Nederland heeft Amsterdam  al ervaring opgedaan met verschillende projecten. Voor Leiden valt te denken aan drie probleemgebieden: Schipholweg/ Schuttersveld, het Kanaalpark en de Verbeekstraat / Plesmanlaan / Vondellaan.

Ook na de recessie zal er een groot overschot aan kantoorruimte blijven bestaan. Sloop is maar ten dele een optie, want milieu-onvriendelijk en er ontstaan 'gaten' in de bebouwing die niet makkelijk op te vullen zijn. Gemeenteraadslid Dick de Vos: “Stadslandbouw in oude kantoren is de ideale oplossing: de leegstand wordt aangepakt en het schept nieuwe werkgelegenheid. Stadslandbouw is ook beter voor het milieu omdat het aantal voedselkilometers wordt verminderd en er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Het is bizar om voedsel van over de wereld te halen terwijl het ook dichtbij kan worden geproduceerd. Dat vergroot bovendien de binding tussen de inwoners van de stad en hun voedsel.”