Opinie artikel: Met biodi­ver­siteit kan je veel meer dan voet­ballen


7 mei 2020

Zei hij dat nou echt? “Op biodiversiteit kun je niet voetballen.” En was het serieus bedoeld, of was het een provocatie, om een punt duidelijk te maken? We hopen het laatste maar vrezen het eerste. VVD-raadslid Tom Leest geeft niets om biodiversiteit: “Je kunt er geen kleedje op leggen”.

Hoe moeten we die opmerking plaatsen? Daarvoor keken we naar het model van filosoof Wim Zweers die vier grondhoudingen ten opzichte van de natuur beschreef. De eerste is de mens als heerser. De mens staat boven de natuur en is vrij om daarover te beschikken. Grondstoffen kunnen eindeloos gedolven worden, zeeën probleemloos bevist en dieren bejaagd tot ze uitgestorven zijn. Het rentmeesterschap – de tweede grondhouding – stelt paal en perk aan die vrijheden. Een boer, of jager, mag oogsten, maar is tegelijk ook verantwoordelijk voor die natuur, naar God (dit zien we bijvoorbeeld bij het CDA en de Christen Unie) of naar volgende generaties (PvdA/ SP/ D66). Bij de derde grondhouding zijn mens en natuur evenwaardig: de mens is partner van de natuur (GroenLinks). Mensen hebben rechten maar de natuur ook. De natuur heeft een eigen bestaansrecht en die rechten kunnen verdedigd worden, zie het Urgenda-vonnis. De laatste – en hoogste trap is dat de mens onderdeel is van de natuur. Mens en natuur zijn niet gescheiden (Partij voor de Dieren). Hoe zou dat ook kunnen, is de mens niet zelf een dier?

De uitspraak “op biodiversiteit kan je niet voetballen” is vooral te plaatsen in grondhouding 1: natuur, voor zover daar al ruimte voor is, moet in de eerste plaats ten dienste staan van de burger, als decor waarin hij kan recreëren. Parken moeten per se sportparken worden. Polders zijn er om te fietsen, een bos om doorheen te crossen. Deze houding heeft geleid tot onvoorstelbare schade aan ecosystemen en biodiversiteit wereldwijd.

Maar ook met alleen rentmeesters en partners redden we het niet. De staat van de natuur is veel te slecht om alleen maar te focussen op behoud en inpassing. De schaal waarop wij bossen kappen, wegen aanleggen, zeeën leegvissen en dieren eten, heeft de wereld voorgoed veranderd. De biodiversiteit is in de afgelopen jaren schrikbarend achteruitgegaan. Inmiddels worden er 1 miljoen planten- en diersoorten bedreigd met uitsterven. De geschiedenis van de Aarde kent meerdere uitstervingsgolven, maar nog nooit werd er één veroorzaakt door de grenzeloosheid van het menselijk gedrag.

Biodiversiteit is geen luxe, maar noodzaak. De corona-crisis heeft ons laten zien dat de balans zoek is tussen mens en natuur. Het domein van de wilde dieren wordt steeds meer teruggedrongen, dus komen we in aanraking met dieren die we nooit eerder mee in aanraking kwamen. En dat is niet het enige. De overvolle kippenfarms en varkensflats zijn tikkende tijdbommen voor de volgende pandemie. Kortom: met biodiversiteit kun je niet sollen.

Omdat het platteland in hoog tempo industrialiseert, moet er juist in de stad meer ruimte komen voor natuur. De schaarse ecologische gebiedjes in de stad zijn de vluchtheuvels voor steeds schaarser wordende soorten planten en dieren. Natuur is ook voor mensen een levensbehoefte. Tal van studies tonen aan dat mensen gelukkiger en gezonder zijn in (en door) de natuur. Dat blijkt ook uit de overvolle natuurgebieden in de weekenden. Als we geen files naar het Panbos en geen plat-gerecreëerde natuurgebieden willen, moeten we de natuur naar de stad halen en verwelkomen.

Geen messcherpe scheiding tussen stad en land, maar een stad waar de natuur, na decennia van verstening, de komende jaren op één staat. Zodat de balans hersteld wordt.

Dick de Vos (Bomenbond Rijnland)

Martine van Schaik (fractievoorzitter Partij voor de Dieren Leiden)

Wij staan voor:

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief