Schrif­te­lijke Vragen aanwe­zigheid hanen op bier­fes­tival


Op 9 en 10 maart vond het LIB speciaalbierfestival 2018 plaats. Naar de foto’s in de media te oordelen was het een gezellig gebeuren.

https://www.leidseglibber.nl/2...

Tijdens de netwerkborrel op de vooravond van het festival, 8 maart 2018, had een van de aanwezige brouwerijen ter opluistering van de feestvreugde levende hanen meegenomen. De aanwezigen konden daarmee op de foto.

De Partij voor de Dieren is gekant tegen de inzet van dieren voor vermaak of ter verhoging van de omzet. We denken hierbij aan levende kerststallen, lama’s op de kerstmarkt, roofvogelshows enzovoort. De gemeente heeft al een ontmoedigingsbeleid voor roofvogel- en uilenshows. In antwoord op onze schriftelijke vragen van 8 mei 2017 antwoordde het college “Het college deelt de mening dat er geen evenementen mogen worden gehouden die dierenleed met zich meebrengen (zie ook het vorige antwoord). Organisatoren van evenementen waar dieren bij betrokken zijn dienen dan vanzelfsprekend ook de wet Dieren in acht te nemen om het welzijn van de dieren te waarborgen.”

Wij hebben daarom de volgende vragen:

1. Was het college op de hoogte van de aanwezigheid van de hanen op het bierfestival? Was er bijvoorbeeld een vergunning voor aangevraagd en is die afgegeven?
Antwoord: Het college was niet op de hoogte van de aanwezigheid van kippen op deze school. Voor de examenstunt was geen vergunning nodig, omdat dit geen openbaar evenement is. Er is dus ook geen vergunning aangevraagd en afgegeven.

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat levende dieren niet thuis horen in de drukte die met een bierfestival gepaard gaat?
Antwoord: Zoals we u eerder hebben aangegeven bij de beantwoording van schriftelijke vragen op 26 maart en 8 mei 2017*, heeft het college geen bevoegdheid om hierin te handhaven.

*Aanwezigheid van hanen op het bierfestival -ingekomen 26 maart 2018, B&W-nummer 18.0166 Roofvogel- en uilententoonstelling ingekomen 8 mei 2017, B&W-nummer 17.0303

3. Vond het bierfestival naar de mening van het college plaats in de openbare ruimte? Zo niet, welke mogelijkheid had het college om hier handhavend op te treden?
Antwoord: Het gebouw is juridisch eigendom van SCOL. De gemeente is dus geen eigenaar van het schoolgebouw. Dit betekent, dat de activiteiten die daar plaatsvinden onder de verantwoordelijkheid vallen van het bestuur van de stichting.

4. Is het college bereid om de Nota Dierenwelzijn (alweer uit 2012) hierop aan te scherpen?
Antwoord: Er was geen sprake van een openbaar evenement, noch van het huisvesten van dieren op school. De activiteiten in het gebouw vallen, vanwege het besloten karakter van de eindexamenstunt, onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van SCOL.

5. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het welzijn van deze dieren is geschaad door ze in een drukke en onbekende ervaring te plaatsen die bovendien niet geschikt is voor pluimvee?
Antwoord: Afgaand op de mededeling die de voorzitter van het bestuur van SCOL, verkeren de kippen momenteel in goede gezondheid. Of zij tijdens het evenement in hun gezondheid zijn geschaad, valt niet (meer) te beoordelen. Het college onderschrijft het standpunt, dat dieren niet gebruikt moeten worden voor vermaak . Het bestuur van SCOL zegt hierover: “Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden en de directies van haar scholen, zijn geen voorstanders van het gebruik maken van dieren voor vermaak, zoals dat tijdens deze examenstunt is gebeurd.”.


6. Is het college bereid om het Bonaventura Collega aan te spreken op de dieronvriendelijke behandeling van deze kippen?
Antwoord: Het college heeft contact gezocht met de voorzitter van het college van bestuur. Het bestuur is om een reactie gevraagd op uw raadsvragen. Hierin geeft het bestuur van SCOL zelf aan geen voorstander te zijn van het gebruik van dieren voor vermaak. Omdat het bestuur van tevoren niet op de hoogte is (en wil zijn) van de aard van de jaarlijkse examenstunt, heeft het deze handelwijze niet kunnen voorkomen. Uit traditie willen zij het risico nemen, dat er soms iets gebeurt, waarvoor men zelf niet direct gekozen zou hebben. Het bestuur geeft aan dat deze keuze tot op heden niet tot gevaarlijke situaties voor mens (en dier) hebben geleid. Het college van B&W kan die handelwijze billijken.


7. Is het college bereid om regels voor gebruik van schoolgebouwen op te stellen zodat schoolbesturen zich voortaan moeten houden aan de richtlijnen voor dierenwelzijn?
Antwoord: Zoals in het antwoord bij vraag 4 al is aangegeven, is het schoolgebouw juridisch van het bestuur van SCOL. De gemeente is niet bevoegd om regels te stellen voor gedrag binnen de school.


Dick de Vos – Partij voor de Dieren

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer