Schrif­te­lijke Vragen Bomenkap Vlietweg


Op 6 september 2018 werden bewoners van de Vlietweg opgeschrikt door de onaangekondigde kap van bomen aan de Vlietweg (het perceel dat ligt op de kruising van de Vlietweg en de toegangsweg naar tuinvereniging Oostvliet). Omwonenden waren niet over de voorgenomen kap geïnformeerd.

Navraag bij het Zuid-Hollands Landschap (hierna ZHL) leerde het volgende1: ZHL heeft het beheer van het perceel op 1 september 2018 in opdracht van de gemeente Leiden op zich genomen. Een boswachter van ZHL heeft tijdens een visuele inspectie bepaald dat er 10 – 15 essen op het perceel gerooid moesten worden, omdat zij zouden lijden aan de Essentaksterfte. Er bestaat geen schriftelijke onderbouwing van deze beoordeling.

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen de Partij voor de Dieren, GroenLinks, de Christen Unie, D66, Partij Sleutelstad, PvdA en SP de volgende vragen aan het college:

  1. Was het college op de hoogte van de voorgenomen kap van de essen aan de Vlietweg? Zo ja: hoe heeft het college gecontroleerd of de voorgenomen kap goed onderbouwd was, de juiste vergunningen waren aangevraagd en of de communicatie met belanghebbenden op orde was? Zo nee: is het college het met de vragenstellers eens dat de informatievoorziening en afstemming tussen opdrachtgever en opdrachtnemer tekort is geschoten? Hoe wordt dit in de toekomst voorkomen?

    Antwoord: Het college was niet op de hoogte van de voorgenomen kap van de essen aan de Vlietweg. Het beheerplan van de Oostvlietpolder wordt op dit moment door de gemeente en het ZHL geëvalueerd. Het college zal hierin het beleid rondom bestendig beheer van houtopstanden meenemen en afspraken maken om dit beheer goed af te stemmen.


  2. Was hier sprake van noodkap? Is er toestemming voor noodkap gegeven door de burgemeester? Waaruit blijkt dat er sprake zou zijn van een noodkapsituatie?

    Antwoord: Het college kan niet beoordelen of er sprake is geweest van noodkap, omdat de bomen niet vergunningsplichtig zijn. Wel is helder dat er gevaarzetting aan de orde was. De bomen die zijn gekapt, leden aan de essentaksterfte. Door de opzichter groen van de afdeling stedelijk beheer is een melding gedaan bij het ZHL vanwege de aanwezigheid van dood hout, dat op het langsgaand verkeer en toekomstige bezoekers van het notenbos zou kunnen vallen. Het ZHL heeft daarop de bomen geïnspecteerd en omdat er zeer veel dood hout in de bomen aanwezig was, gekapt.


  3. Welke Leidse gronden worden beheerd door ZHL? Op welke wijze is dit beheer formeel geregeld (samenwerkingsovereenkomst/ beheerovereenkomst/ opdracht)? Welke taken, verantwoordelijkheden zijn overgedragen aan ZHL? Kunnen wij deze samenwerkingsovereenkomst inzien?

    Antwoord: In 2012 is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen het college en het ZHL met een begeleidend beheerplan, waarin het te beheren gebied is aangeduid. Het terrein waar onlangs de bomen zijn gekapt, is in 2014 aan het beheerareaal toegevoegd. In het beheerplan zijn beheertypen, -doelstellingen, en –maatregelen vastgelegd. De samenwerkingsovereenkomst, het beheerplan en de aanvulling van het beheerareaal zijn bij de beantwoording gevoegd.


  4. Hoe houdt de gemeente Leiden de regie over het beheer door ZHL? Is er bijvoorbeeld een meldingsplicht voor bepaalde voorgenomen maatregelen (zoals kap)?

Antwoord: Het beheerplan wordt elke zes jaar geëvalueerd en waar nodig aangepast. Er is geen meldingsplicht voor de beheermaatregelen.

Wordt in de samenwerkingsovereenkomst met ZHL de opdrachtnemer verplicht tot het voeren van adequate communicatie met belanghebbenden? Wat gaat het college doen nu ZHL daarin tekort is geschoten?

Antwoord: Externe communicatie inzake het beleid en beheer van het gebied en het omgevingsmanagement zijn in de samenwerkingsovereenkomst belegd bij het ZHL. Het ZHL heeft inmiddels de omwonenden excuses gemaakt over het gebrek aan communicatie over de kap en de kap toegelicht.


Vindt het college dat de Leidse natuurbeschermingsdoelen in dit geval voldoende tot uitdrukking zijn gekomen in het handelen van ZHL? Zo nee: Is het college bereid om de overeenkomst met ZHL hierop aan te scherpen?

Antwoord: Omdat de essentaksterfte in een vergevorderd stadium was, zonder mogelijkheid op herstel heeft het ZHL de bomen gekapt. Ook heeft het ZHL de bomen geïnspecteerd op holen voor vogels en vleermuizen. Omdat de bomen niet vergunningsplichtig zijn, past de kap binnen de regels van de bomenverordening en heeft het ZHL deze documenten niet overlegd aan de gemeente. Het college is voornemens het bestendig beheer van bomen mee te nemen in de evaluatie van het beheerplan. Hierin kunnen afspraken worden gemaakt over het onderhoud van de bomen en over de manier waarop documenten kunnen worden uitgewisseld.


Is het college bereid om alle gebieden die worden beheerd door externe partijen (zoals ZHL) automatisch op de Groene Kaart te plaatsen?

Antwoord: Vanzelfsprekend streeft het college naar bescherming van waardevolle bomen en het tegengaan van onnodige kap. Hiertoe is de Bomenverordening Leiden 2015 in het leven geroepen. Plaatsing van bomen op de Groene Kaart is daarbij een middel, geen doel. Investeren in de samenwerking met partners vindt het college belangrijk. Het college is geen voorstander om de door externen beheerde gebieden automatisch op de Groene Kaart te zetten. Het college gaat uit van betrouwbaar partnerschap.


De beoordeling dat de essen ziek waren is blijkbaar gedaan door de lokale boswachter van ZHL, zonder documentatie of schriftelijke onderbouwing. Vindt het college deze werkwijze, waarbij geen bezwaar of second-opinion mogelijk is, wenselijk? Zo ja: waarom? Zo nee: is het college bereid om de samenwerkingsovereenkomst met ZHL hierop aan te passen?

Antwoord: Van de visuele inspectie is door het ZHL een rapport opgesteld. Dit is een intern document. Omdat de bomen niet beschermd zijn, is dit document niet aan de gemeente overlegd. Dit past binnen de uitgangspunten van zowel de bomenverordening als de beheerovereenkomst.


Is het college bereid om compensatie (bij voorkeur boomcompensatie, anders een storting in het Bomenfonds) voor de gekapte bomen te eisen van ZHL? Zo nee: waarom niet?

Antwoord: Nee, de bomen zijn niet beschermd, omdat deze niet op openbaar toegankelijk terrein staan. Er kunnen om die reden ook geen voorwaarden worden gesteld aan de kap. Het college wil in de Oostvlietpolder wel met het ZHL de mogelijkheden om bomen te compenseren onderzoeken, ook in het kader van de compensatie van de Rijnlandroute.

ZHL geeft in het gesprek aan dat de Leidse bomenverordening ter plaatse niet geldt, maar dat de Boswet van toepassing zou zijn. In 2016 echter2, heeft de Leidse gemeenteraad bepaald dat de bebouwde kom (zoals bedoeld in de toenmalige Boswet) samenvalt met de gemeentegrenzen. Daarmee vallen alle bomen op Leidse grondgebied onder de Bomenverordening 2015 en niet onder de Boswet.
Klopt het dat alle bomen op Leids grondgebied vallen onder de Leidse bomenverordening? Zo ja, is het college bereid om dit onder de aandacht te brengen van ZHL? Zo nee, kunt u uitleggen op welke manier we de woorden van oud-wethouder Laudy dan moeten interpreteren (zie https://sleutelstad.nl/2015/09/29/gemeente-wil-bomen-beter-beschermen/)?

Antwoord: Ja, het ZHL is naar aanleiding van dit voorval op de hoogte gebracht van de situering van de Leidse bebouwde kom, waarbinnen de bomenverordening van toepassing is. Het college zal dit in de evaluatie van het beheerplan eveneens onder de aandacht brengen en opnemen in het nieuwe beheerplan.


Hoe verhoudt zich dit tot de huidige wet Natuurbescherming?

Antwoord: Het ZHL heeft de bomen buiten het broedseizoen gekapt en voorafgaand aan de kap de bomen gecontroleerd op holen voor vleermuizen en spechten. Omdat geen (potentiële) verblijfsplekken van beschermde diersoorten aanwezig waren, heeft het ZHL binnen de eisen van de Wet Natuurbescherming gehandeld.
Vindt het college dat de gekapte essen vergunningsplichtig zijn onder de Leidse bomenverordening? Zo nee: vindt het college dit een wenselijke situatie? Is het mogelijk regelgeving zo aan te passen dat bomen in vergelijkbare situaties wel kapvergunningsplichtig zijn?

Antwoord: Nee, het terrein waar de bomen stonden, is omheind en niet openbaar toegankelijk, waardoor de bomen niet vergunningsplichtig zijn. Het terrein is inderdaad ingericht als notenbos en picknickplaats, maar tot op heden is het
hek gesloten geweest. Door openstelling van het gebied ontstaat een hogere gevaarzetting. Het college is voornemens
de bescherming van bomen op semi-openbare tereinen nader te onderzoeken.



ZHL stelt dat de essen gekapt moesten worden omdat ze besmet zouden zijn met de Essentaksterfte. Uit onderzoek van de WUR blijkt dat niet alle essen even vatbaar zijn voor de Essentaksterfte en ook dat besmette bomen weer kunnen genezen5.

13. Wat is het gemeentelijk beleid ten aanzien van kapaanvragen die worden ingediend voor essen die besmet zouden
zijn met de Essentaksterfte?

Antwoord: De gemeentelijke aanpak van de Essentaksterfte en de Kastanjebloedingsziekte is terughoudend, bomen
die leiden aan deze ziekten worden niet direct gekapt. In de bomenverordening is de Iepziekte wel eenduidig genoemd
als motivatie voor kap. Met name bij de Kastanjebloedingsziekte is door nader onderzoek gebleken dat de
besmettelijkheid van de ziekte in grote mate afhangt van de locatie van de boom en op dit moment vindt er nog veel
onderzoek plaats naar de essentaksterfte. In Leiden worden bomen met de Essentaksterfte op dit moment
geïnventariseerd, waarna er afhankelijk van de ernst van de situatie mogelijk nieuw beleid voor zal worden gemaakt.

14. Hoe wordt omgegaan met mogelijke genezing van bomen? Is in dit geval gekeken of de mogelijk besmette
bomen weer konden genezen?

Antwoord: Essentaksterfte wordt veroorzaakt door een schimmel. Er is geen behandeling die bomen met de
Essentaksterfte kan genezen. Wel kunnen met name oudere bomen zich plaatselijk herstellen door snoei. Volgens
het ZHL was er zo veel dood hout in de kronen aanwezig, dat snoei geen optie was.

15. Op welke wijze wordt de Essentaksterfte onder essen aangetoond? Wie mag de diagnose stellen en moeten
hierbij vitaliteitsrapportages of andere controleerbare rapportages worden opgesteld?

Antwoord: De Essentaksterfte kan bij een visuele inspectie worden geconstateerd. Deze kan worden uitgevoerd door een boomveiligheidscontroleur. Binnen vergunningstrajecten dient de VTA controle volgens de bomenverordening van Leiden te worden uitgevoerd door iemand met een ETT certificaat (european tree technician).

Martine van Schaik – Partij voor de Dieren

Jos Olsthoorn – GroenLinks

Pieter Krol – Christen Unie

Antje Jordan – D66

Maarten Kersten – Partij Sleutelstad

Abdelhaq Jermoumi – Partij van de Arbeid

Antoine Theeuwen - SP

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer