Chro­nische duiven­mis­han­deling


Indiendatum: okt. 2015

Wij kregen onlangs een aantal foto’s onder ogen van stadsduiven met misvormde, afgeknelde of zelfs geamputeerde poten. Aan sommige poten hing nog een stukje nylondraad. Ze waren in het centrum van Leiden gefotografeerd.

De waarnemer veronderstelde dat de duiven verstrikt waren geraakt in nylon draden die sommige bewoners of woningbouwverenigingen aan hun pand hadden bevestigd om de verf aan raamkozijnen te beschermen. Wij vinden dit een zeer dieronvriendelijke methode om duiven te verjagen.

Bij ons zijn verder ook geen klachten over duiven bekend. In tegendeel: veel Leidenaren vinden duiven leuk en zien ze graag. Leiden heeft uiteraard ook iets met (post)duiven, gezien hun bijzondere rol tijden het ontzet van Leiden in 1574. Er is in onze ogen dan ook geen enkele reden om maatregelen te treffen tegen vermeende duivenoverlast. Ook al, omdat de broedende slechtvalken in de binnenstad de aantallen Stadsduiven en Turkse Tortels wel in toom zullen houden.

Daarom hebben wij een aantal vragen aan het college:

1. Wat vindt het college van deze wijze van het weren van duiven? Kan deze methode worden verboden, of op zijn minst ontmoedigd?

2. Hoeveel stadsduiven telt Leiden naar schatting? Zijn er concentraties aan te wijzen?

3. In mei 2015 is in Rotterdam[1] een duiventil geopend. Dit om de broed- en verblijfplaatsen duiven te concentreren en zonodig te kunnen beheren. Aan de basis hiervan lag een aanleiding van een advies van SOVON aan de stad Groningen in 2003[2]. Zou dit ook voor Leiden een mogelijk zijn om haar stadsduiven diervriendelijk te huisvesten?

[1] www.rotterdam.nl/veelgesteldevragenpilotprojectduiventilleninhetlijnbaangebied

[2] www.sovon.nl/sites/default/files/doc/Stadsduiven%20problematiek%20stad%20Groningen_rap2005_03.pdf

Indiendatum: okt. 2015
Antwoorddatum: 8 dec. 2015

Wij kregen onlangs een aantal foto’s onder ogen van stadsduiven met misvormde, afgeknelde of zelfs geamputeerde poten. Aan sommige poten hing nog een stukje nylondraad. Ze waren in het centrum van Leiden gefotografeerd.

De waarnemer veronderstelde dat de duiven verstrikt waren geraakt in nylon draden die sommige bewoners of woningbouwverenigingen aan hun pand hadden bevestigd om de verf aan raamkozijnen te beschermen. Wij vinden dit een zeer dieronvriendelijke methode om duiven te verjagen.

Bij ons zijn verder ook geen klachten over duiven bekend. In tegendeel: veel Leidenaren vinden duiven leuk en zien ze graag. Leiden heeft uiteraard ook iets met (post)duiven, gezien hun bijzondere rol tijden het ontzet van Leiden in 1574. Er is in onze ogen dan ook geen enkele reden om maatregelen te treffen tegen vermeende duivenoverlast. Ook al, omdat de broedende slechtvalken in de binnenstad de aantallen Stadsduiven en Turkse Tortels wel in toom zullen houden.

Daarom hebben wij een aantal vragen aan het college:

1. Wat vindt het college van deze wijze van het weren van duiven? Kan deze methode worden verboden, of op zijn minst ontmoedigd?

Het is onwaarschijnlijk dat het aanbrengen van nylondraden om stadsduiven te weren en het feit dat duiven regelmatig één of meerdere tenen missen structureel een relatie met elkaar hebben. Beschadigingen aan poten en draden tussen de tenen komt niet alleen in heel Nederland, maar ook daarbuiten bij stadsduiven op grote schaal voor. De ecoloog André de Baerdemaeker van het bureau Stadsnatuur Rotterdam stelde aan de hand van literatuuronderzoek vast dat: “de combinatie van virale zweren en een verblijf op ongezonde ondergrond met veel ontlasting en verstrikking in draadjes (uit zwerfafval) waarschijnlijk de belangrijkste oorzaken zijn van de veel waargenomen pootproblemen bij stadsduiven”

2. Hoeveel stadsduiven telt Leiden naar schatting? Zijn er concentraties aan te wijzen?

Stadsduiven zijn lastig te tellen. Hiervoor is een aantal oorzaken aan te wijzen. Duiven verplaatsen zich vaak binnen de stad, niet alleen afhankelijk van het aanbod aan voedsel, maar ook afhankelijk van het seizoen. Daarnaast is bekend dat in het najaar (na het broedseizoen) de populatie soms 70% groter is dan in het voorjaar (grote wintersterfte). Landelijk zijn mede hierdoor weinig betrouwbare tellingen/schattingen bekend van de stadsduif.

Uit het stadsnatuurmeetnet in Leiden, waar om het jaar op ongeveer 60 vaste telpunten gegevens verzameld worden, zijn de jaartotalen in de jaren 2006, 2008, 2010 en 2012 (na 5 telronden/jaar) respectievelijk 205, 159, 223 en 267 vogels voor de hele stad. In vergelijking met Amsterdam en Rotterdam zijn dit zeer lage aantallen. Uiteraard zijn er in Leiden evenals elders concentraties op plekken en tijdstippen als er voer aanwezig is. Op deze concentratieplaatsen wisselt het aantal vogels sterk.

3. In mei 2015 is in Rotterdam[1] een duiventil geopend. Dit om de broed- en verblijfplaatsen duiven te concentreren en zonodig te kunnen beheren. Aan de basis hiervan lag een aanleiding van een advies van SOVON aan de stad Groningen in 2003[2]. Zou dit ook voor Leiden een mogelijk zijn om haar stadsduiven diervriendelijk te huisvesten?

Zowel in Rotterdam als in Groningen is in verband met veel overlast de duiventil ingezet als (test)middel om het aantal stadsduiven terug te dringen. Zowel het beheer van de til (schoonmaken, voeren, eieren vervangen door nepeieren) als het creëren van de voorwaarden om de duiven naar de til te krijgen (handhaven voerverbod, ontoegankelijk maken ”zwerf-voer-plekken” en oude nestplaatsen) maken dit tot een zeer kostbaar experiment om overlast terug te dringen. Aangezien er op dit moment in Leiden nauwelijks vragen/klachten zijn m.b.t. overlast van stadsduiven, wordt er niet overwogen om dergelijke tillen te plaatsen.

[1] www.rotterdam.nl/veelgesteldevragenpilotprojectduiventilleninhetlijnbaangebied

[2] www.sovon.nl/sites/default/files/doc/Stadsduiven%20problematiek%20stad%20Groningen_rap2005_03.pdf

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer