Ecolo­gische waarde LUMC-terrein


Geacht college,

Op 9 februari vond een boeiende - of moet ik zeggen bloeiende - bijeenkomst plaats op het stadhuis, waarbij burgers hun tuin natuurvriendelijk konden laten ontwerpen: een mooi begin van de operatie Steenbreek in Leiden. Zie www.operatiesteenbreek.nl/blog/2016/02

De Partij voor de Dieren heeft meerdere malen gepleit voor het onttegelen van openbare ruimte en van particuliere tuinen, voor de wateropvang, voor de biodiversiteit en voor het fraaiere aanzicht. Tevreden terugfietsend naar huis kwam ik door het nieuw aangelegde terrein voor het LUMC (Leidsch Universitair Medisch Centrum), in onze ogen een ecologische misser:

Waar voorheen een grasveld was, waarop je weleens groepjes studenten zag zitten en vogels konden foerageren (ik heb er weleens een groene specht mieren zien eten), is nu een gebied (een “tuin”) ontstaan met kunstmatige heuveltjes, beplant met zover ik kan beoordelen één enkel siergrassoort, en verder opgevuld met houtsnippers.

Omdat dit in schril contrast staat met de biodiversiteitsdoelstellingen van de gemeente wil ik u enkele vragen voorleggen.

1. Hoe beoordeelt u de ecologische waarde voor en na de aanleg van deze tuin?

2. Hoe beoordeelt u de recreatieve waarde voor en na de aanleg van deze tuin?

3. Op de site van het LUMC zelf wordt het terrein aangekondigd als een “glooiend graslandschap”. In werkelijkheid is het een ecologische kaalslag geworden met enkel siergrassen, waar geen vogel of vlinder voeding van kan halen. www.lumc.nl/over-het-lumc/nieuws/2015/mei/Voorterrein-LUMC-op-deschop. Hoe is dit verschil te verklaren? Is de gemeente betrokken geweest bij de plannen voor de aanleg van deze “tuin”? Is er overleg geweest?

4. Het terrein is eigendom van het LUMC. Tegelijk is het openbare ruimte. Ziet de gemeente zich als belanghebbende bij de inrichting van deze openbare ruimte? Zo nee, hoe verklaart het college het verschil tussen enerzijds het stimuleren van groene (particuliere) tuinen, en anderzijds een grote terreineigenaar die met een ontwerp komt dat haaks staat op de biodiversiteitsdoelstellingen van de gemeente?

Antwoorddatum: 22 mrt. 2016

Geacht college,

Op 9 februari vond een boeiende -of moet ik zeggen bloeiende - bijeenkomst plaats op het stadhuis, waarbij burgers hun tuin natuurvriendelijk konden laten ontwerpen: een mooi begin van de operatie Steenbreek in Leiden. www.operatiesteenbreek.nl/blog/2016/02

De Partij voor de Dieren heeft meerdere malen gepleit voor het onttegelen van openbare ruimte en van particuliere tuinen, voor de wateropvang, voor de biodiversiteit en voor het fraaiere aanzicht. Tevreden terugfietsend naar huis kwam ik door het nieuw aangelegde terrein voor het LUMC, in onze ogen een ecologische misser:

Waar voorheen een grasveld was, waarop je weleens groepjes studenten zag zitten en vogels konden foerageren (ik heb er weleens een groene specht mieren zien eten), is nu een gebied (een “tuin”) ontstaan met kunstmatige heuveltjes, beplant met zover ik kan beoordelen één enkel siergrassoort, en verder opgevuld met houtsnippers.

Omdat dit in schril contrast staat met de biodiversiteitsdoelstellingen van de gemeente wil ik u enkele vragen voorleggen.

1. Hoe beoordeelt u de ecologische waarde voor en na de aanleg van deze tuin?

Alvorens inhoudelijk op uw vragen te reageren, plaatsen we twee kanttekeningen:

  • Het gaat om privéterrein van het LUMC, waarover we als gemeente geen zeggenschap hebben.
  • Zowel het geldende als het in procedure zijnde nieuwe bestemmingsplan voorziet in toekomstige bebouwing van het terrein. We zien de huidige inrichting dan ook niet als een permanente situatie.

Door de ondoordringbare lagen waarin water bleef staan, was de bodem te slecht geworden om te kunnen dienen voor de foerage voor vogels of recreatief gebruik door passanten. De nieuwe inrichting voorziet in een bodemverbetering door middel van diepspitten, waarmee de ondoordringbare lagen zijn opengebroken. Ook is het terrein ontdaan van puin en ander vreemde materialen. De bodem is aansluitend verrijkt met bemeste grond. Dit om de bodemkwaliteit verder te verbeteren voor de aanplant van de grassen en bomen. De toegepaste soorten siergras zijn daarbij verbeteraars van de bodemstructuur. Een en ander resulteert in een betere waterhuishouding van het gebied. Zeer wenselijk omdat hoge grondwaterstanden nogal voor problemen zorgen c.q. hebben gezorgd.

Afgaand op de informatie van het LUMC gaat de biodiversiteit erop vooruit. Er is sprake vaneen grassenlandschap, opgebouwd uit vijf soorten, die deels inheems zijn en deels waardplanten zijn voor rupsen, rietvink, bont dikkopje en microvlinders:

  • Miscanthus – prachtriet (inheems)
  • Molinia – pijpenstrootje (inheems)
  • Poa – beemdgras (inheems)
  • Panicum – vingergras
  • Stipa – vedergras.

De grassen voorzien ook in voedsel voor vogels (zaden in de herfst) en materiaal voor nestbouw. De houtsnippers zijn er volgens het LUMC om onkruiden tegen te gaan, waarmee de grassen sneller tot wasdom kunnen komen en er maar zeer beperkt onderhoud hoeft te worden gepleegd. Na twee seizoenen zijn die snippers verteerd.

Het LUMC heeft gekozen voor de aanplant van relatief kleine pollen gras. Voordeel hiervan was de hanteerbaarheid (arbo omstandigheden) van deze pollen bij kweek, transport en aanplant. Nadeel is dat het uiteindelijke ‘glooiende graslandschap’ wat langer op zich laat wachten. Het LUMC gaat het voorterrein zelf onderhouden. Er is geen sprake van maaiwerkzaamheden. Het is de bedoeling dat het gras volledig volgroeit. Naar verwachting van het LUMC zal het nog twee jaar duren voordat alle aanplant tot volle wasdom komt.

Het gebied is voorzien van bomen, zowel in de volle grond als in potten.

2. Hoe beoordeelt u de recreatieve waarde voor en na de aanleg van deze tuin?

Gezien de prille staat waarin het heringerichte terrein zich bevindt, vinden we het voorbarig om hier een definitief oordeel over te geven. Wel is ons uit overleg met het LUMC duidelijk geworden dat de recreatieve waarde een belangrijke rol heeft gespeeld bij de herinrichting.

Het terrein was naar onze mening in de oude situatie niet bijzonder aantrekkelijk. Wel werd het grasveld soms benut door bijvoorbeeld studenten om te lunchen.

De nieuwe inrichting toont een golvend duinlandschap met een diagonale fiets- en voetgangersdoorsteek. De wens van het LUMC was niet een park met borders en grasvelden en bomen, dus een park in klassieke stijl, maar juist een ruimte die bedoeld is als transit-gebied. Open, sociaal veilig en luchtig van opzet, als tegenhanger voor de aanwezige hoogbouw, zoals LUMC en Level. Er zijn meer dan 20 bankjes geplaatst en er zijn twee ligweides met conventioneel gras aanwezig. Per grasvlak zijn twee plekken gereserveerd voor kunst. De oversteek naar het parkje van het Poortgebouw heeft ook vier van dergelijke kunstlocaties. Eén locatie is reeds voorzien van een kunstwerk van Armando. Het LUMC doet dit voorjaar mee aan “Beelden in Leiden 2016” en biedt ruimte aan vier kunstwerken.

Volgens het LUMC ontstaat door de zachte glooiingen een dynamiek waarop de diversiteit aan grassen nog beter tot hun recht gaan komen. Diversiteit in groei- en bloeiperiodes, in hoogtes en verschillen in structuur en textuur maken dat er in alle seizoenen, ook en met name in de winter, er een sterke beleving en aangenaam uiterlijk (aanzicht) is waar te nemen. Zowel als men door het grassenlandschap loopt als bekeken vanuit de hoogbouw.

We hebben waardering voor de investering die het LUMC heeft gedaan om de langzaamverkeersroute te verbeteren.

3. Op de site van het LUMC zelf wordt het terrein aangekondigd als een “glooiend graslandschap”. In werkelijkheid is het een ecologische kaalslag geworden met enkel siergrassen, waar geen vogel of vlinder voeding van kan halen. www.lumc.nl/over-het-lumc/nieuws/2015/mei/Voorterrein-LUMC-op-deschop. Hoe is dit verschil te verklaren? Is de gemeente betrokken geweest bij de plannen voor de aanleg van deze “tuin”? Is er overleg geweest?

Er is op ambtelijk niveau overleg geweest over de stedenbouwkundige en verkeerskundige aspecten van het ontwerp. Daarbij zijn vanuit de gemeente geen dwingende randvoorwaarden opgelegd omdat het eigen terrein van het LUMC betreft. Uiteraard is de Wabo-procedure gevolgd met als resultaat een vergunning. De ecologische waarde of biodiversiteit wordt in deze procedure niet getoetst.

In de eerste winterperiode na aanplant kunnen wij ons voorstellen dat bij u de term ‘ecologische kaalslag’ opkomt. Op basis van de informatie van het LUMC gaan we er vooralsnog van uit dat de herinrichting binnen afzienbare termijn zal leiden tot een verbetering van de ecologische waarde.

4. Het terrein is eigendom van het LUMC. Tegelijk is het openbare ruimte. Ziet de gemeente zich als belanghebbende bij de inrichting van deze openbare ruimte? Zo nee, hoe verklaart het college het verschil tussen enerzijds het stimuleren van groene (particuliere) tuinen, en anderzijds een grote terreineigenaar die met een ontwerp komt dat haaks staat op de biodiversiteitsdoelstellingen van de gemeente?

In navolging van de motie M140097/4 (“Vergroen de stad’) stimuleren we het vergroenen (ontstenen) van particuliere tuinen. We werken hieraan via de door u al gememoreerde operatie ‘Steenbreek’. De vergelijking met het LUMC-terrein gaat naar onze mening niet helemaal op. Het LUMC-terrein is geen particuliere tuin en heeft een bouwbestemming. Het voorziet in een tijdelijke inrichting met ruimte voor natuurlijke afvoer van hemelwater. Het terrein kan als (tijdelijke) openbare ruimte worden gezien. We beschouwen de gemeente in die zin ook als belanghebbende. De zeggenschap berust echter bij het LUMC.

Dit neemt niet weg dat u in algemene zin een goed punt aansnijdt: bedrijven en instellingen kunnen met de inrichting van hun terreinen een bijdrage leveren aan de biodiversiteitsdoelstellingen. Wij zullen dit punt meenemen bij de uitvoering van het Programma Duurzaamheid op het thema ‘Duurzaam ondernemen’.

We hebben uw vragen en onze beantwoording onder de aandacht gebracht van het LUMC.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer