Schrif­te­lijke Vragen: Ruimte voor het maai­beleid en de huidige droogte in Leiden


Indiendatum: jun. 2020

Eind mei 2020 werd de Partij voor de Dieren erop gewezen dat er gele, verdroogde grasvelden (waaronder aan de Zuster Meijboomstraat, zie de foto’s hieronder) ook tijdens de aanhoudende droogte van nu, wekelijks gemaaid worden met zware maaimachines, met stofwolken en kapotgereden gras tot gevolg. Door te maaien met het huidige warme en aanhoudend droge weer houdt het gras minder vocht vast en is het slechter bestand tegen de hitte. Hierdoor droogt het nog sneller uit en vergeelt het gras nog sterker1.

Het huidige intensieve maaibeleid kan schadelijk zijn voor het gras, de biodiversiteit en onnodig maaien lijkt ook nog eens een verspilling van gemeentelijke gelden.

Daarom pleit de Partij voor de Dieren voor een maaibeleid dat is afgestemd op de situatie en waarbij de maaifrequentie wordt aangepast aan de weersomstandigheden. Een eerste stap hierin kan zijn door ten tijde van droogte de maaifrequentie te verlagen.

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt het lid Van Schaik (Partij voor de Dieren) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen over het maaibeleid tijdens de huidige droogte in Leiden:

1. Waarom worden gazons gemaaid als het gras door de droogte amper groeit?
Antwoord: Normaliter worden gazons gemaaid om het geschikt te maken en houden voor het
beoogde gebruik, bijvoorbeeld recreatie. Indien het gras niet groeit door bepaalde weersinvloeden wordt de frequentie van maaien naar beneden teruggeschroefd. Er zijn echter altijd delen die doorgroeien waardoor bijvoorbeeld ongelijkmatige polvorming en een mindere kwaliteit van de grasmat kan ontstaan. Gazon bestaat immers uit dicht op elkaar zittende pollen/grassen. Om dit te voorkomen wordt soms toch gemaaid.

2. Hoe vaak worden de gazons gemaaid? Is dit een vooraf vastgestelde frequentie?
Antwoord: Gazons worden niet gemaaid met een vastgestelde frequentie maar op het gewenste
beeld (gekoppelde aan de beoogde functie). Dit betekent dat er van jaar tot jaar een andere frequentie kan zijn. Zelfs per grasveld kan een andere frequentie gehanteerd worden. In de praktijk echter worden de gazons gemiddeld 20-26 keer per jaar gemaaid. De “ecologische” bermen worden wel op frequentie gemaaid, deze verschilt per vak. Afhankelijk van de ondergrond en de aanwezige vegetatie in combinatie met de ligging wordt de frequentie bepaald. De frequenties bij het maaien van ecologische bermen liggen tussen de een en zes keer per jaar.

3. Is de maaifrequentie contractueel vastgelegd met groenbeheerders? Zo ja, welke ruimte is er om afspraken te veranderen of te herzien?
Antwoord: Contractueel is een beeld afgesproken en geen maaifrequentie. De aannemer bepaalt wanneer er gemaaid wordt. Als het gras hard groeit, wordt er vaker gemaaid. Als het gras minder hard groeit, wordt er minder gemaaid. Voor de aannemer is het een voordeel om
minder te maaien. In de praktijk wordt vanuit de gemeente met de aannemers afgesproken om in tijde van droogte minder te maaien in het belang van de conditie van het gras.

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het maaien van gele, droge grasvelden ten tijde van langdurige droogte schade toe kan brengen aan het gras?
Antwoord: Het college is het er mee eens dat in tijden van droogte het niet of minder vaak nodig is om gazons te maaien en dat dat de grasmat op dat moment ten goede komt. Als het
nodig is toch te maaien, gebeurt dit op de hoogste stand zodat het gras niet te kort wordt. Het college is het er niet mee eens dat er schade aan de grasmat ontstaat. Uit ervaring van voorgaande jaren is gebleken dat er geen schade optreedt aan het gras indien het gemaaid wordt met warme droge periodes. De ervaring is dat het gras zich herstelt als de periode van droogte voorbij is.

5. Wordt de frequentie afgestemd op de weersomstandigheden, zoals de aanhoudende droogte van nu? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier?
Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 3.

6. Is het college bereid tot een flexibeler maaibeleid, waarbij de maaifrequentie wordt afgestemd op de situatie en de weersomstandigheden? Zo ja, per wanneer kan hiermee worden gestart en op welke wijze wil het college dat vormgeven? Zo ja, wat zijn de financiële gevolgen hiervan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Het huidige maaibeleid en de contracten met de contractpartners is dermate flexibel dat er al ingespeeld wordt op de situatie die zich buiten afspeelt. De maaifrequentie wordt al
naar beneden aangepast bij droogte. Dit heeft geen financiële gevolgen. Het is naar de mening van het college op deze manier voldoende geborgd en aanpassingen worden niet nodig geacht.

7. Bij de keuze voor aanplant van openbaar groen let de gemeente Leiden op aspecten als klimaatadaptatie, klimaatbestendigheid en biodiversiteit. Op welke manier verandert het groenbeheer zodat het openbaar groen bestendig is tegen de gevolgen van de klimaatverandering?
Antwoord: Bij nieuwe groeninrichtingen wordt gekeken naar de eigenschappen van de beplanting en daarmee wordt ook gekeken naar hun bijdragen aan klimaatbestendigheid en wat de bijdrage is aan biodiversiteit. Het groenbeheer verandert door de klimaatverandering doordat het groeiseizoen langer wordt en het plantseizoen korter. Doordat het groeiseizoen langer wordt, wordt er langer onderhoud gepleegd aan de beplanting en wordt er vaker water gegeven aan beplantingsvakken.

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer