Schrif­te­lijke Vragen Samen­werking tussen gemeente en Krui­dentuin Leiden


In 2013 is aan de ir. Driessenstraat het buurtinitiatief Kruidentuin Leiden gestart: een gemeentelijk plantsoen is (gedeeltelijk) in beheer gegeven aan omwonenden en die hebben er een klein biodivers paradijsje van gemaakt. Er is een convenant afgesloten en het initiatief wordt regelmatig aangehaald als goed voorbeeld op gebied van buurtinitiatieven.

Helaas ervaren de vrijwilligers van het buurtinitiatief de samenwerking met de gemeente als erg lastig: er is sprake van wisselende contactpersonen, niet beantwoorde e-mails/ telefoontjes en niet nagekomen afspraken. De druppel die de emmer deed overlopen was dat de gemeente de bolesdoorns heeft gesnoeid alsof het knotwilgen1 waren en daarnaast aanvullende schade hebben veroorzaakt (vertrapte planten) en troep hebben achter gelaten in de tuin. Bovendien heeft de rigoureuze snoei van de bolesdoorns tot gevolg dat de aangeplante schaduwplanten komend groeiseizoen in de volle zon komen te staan. Deze planten hebben daardoor een zeer kleine kans op overleven.

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt het lid Van Schaik (Partij voor de Dieren) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen:

1. Kent het college het buurtinitiatief Kruidentuin Leiden aan de ir. Driessenstraat?

Antwoord: Ja.


2. Hoe kan het gebeuren dat de bolesdoorns in de Kruidentuin verkeerd zijn gesnoeid, tegen de bestaande werkafspraken tussen de Kruidentuin en de gemeente Leiden in?

Antwoord: Nadat het convenant in 2015 is opgesteld, zijn in 2016 door de gemeente aanvullende mondelinge afspraken met de vrijwilligers van de kruidentuin gemaakt, met name over de uitvoering van het snoeien van de bolesdoorns. Deze afspraken zijn echter niet verwerkt in het convenant. Bij de uitvoering van de werkzaamheden in 2018 is uitgegaan van
hetgeen is opgenomen in het convenant. Helaas is het daarmee in de communicatie naar de vrijwilligers van de kruidentuin niet goed gegaan met als resultaat dat de bolesdoorns verder zijn teruggesnoeid dan gewenst was.



3. Wat vindt het college ervan dat tijdens de snoei van de bolesdoorns, schade is aangericht in de tuin (vertrapte planten, insectenhotel op de grond gegooid)? En dat door de snoei de aangeschafte planten waarschijnlijk niet zullen aanslaan? Is het college bereid hiervoor excuus aan te bieden aan de Kruidentuin en haar (indien nodig) te ondersteunen bij het herstellen van de schade?

Antwoord: Het college betreurt het dat schade is ontstaan. Uiteraard is het college bereid in overleg
met de vrijwilligers van de kruidentuin de schade te herstellen.


4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat dit buurtinitiatief een bijdrage levert aan het behalen van gemeentelijke doelen (zoals bijvoorbeeld vergroenen, vergroten biodiversiteit, versterken sociale samenhang tussen inwoners)?

Antwoord: Ja.

5. Is het college op de hoogte van de terugkerende problemen in de samenwerking, communicatie en naleving van afspraken tussen gemeente en initiatiefnemers? Hoe wil het college dit verbeteren?

Antwoord: Het college herkent zich niet in het beeld dat hier sprake is van terugkerende problemen. De wijkbeheerder heeft eerder contact met de initiatiefneemster gehad. Deze gesprekken verlopen naar de mening van het college over het algemeen goed. Het huidige convenant heeft een looptijd tot 21 juni 2020. Het college is bereid om, indien gewenst
door de vrijwilligers van de kruidentuin, het convenant tussentijds aan te passen en aanvullende afspraken te maken.


6. Is het college bereid om in gesprek te gaan met de initiatiefnemers, te kijken hoe de samenwerking verbeterd kan worden en eventuele nieuwe/ aanvullende afspraken te maken?

Antwoord: Ja. De betrokken portefeuillehouder heeft naar aanleiding van dit incident recent een
bezoek afgelegd bij de Kruidentuin en daar met de initiatiefnemers gesproken. Zie verder
ook het antwoord op vraag 5.


7. Heeft het college er zicht op hoe de samenwerking tussen de gemeente en andere buurtinitiatieven verloopt en wordt ervaren? Spelen de problemen die de Kruidentuin Leiden signaleert (communicatie, nakomen afspraken, schade), ook bij andere buurtinitiatieven? Zo ja, bij welke en hoe gaat het college deze problemen aanpakken? Ziet het college een verschil in (problemen in) samenwerking tussen groene buurtinitiatieven en overige buurt initiatieven? Zo ja, welke?

Antwoord: Zoals in eerdere brieven ( 24 november 2016 en 12 juni 2017 Stand van zaken uitwerking Visie Ruimte voor de Stad) ook al aan uw raad is aangegeven, is het aantal convenanten de afgelopen jaren fors gegroeid. Dat is positief nieuws en daar zijn we als college blij mee. Dit betekent dat we als partners in deze convenanten gezamenlijk aan het werk zijn om de stad mooier en beter te maken en tevens te leren hoe we dat gezamenlijk kunnen doen. In de praktijk gebeuren er over en weer wel eens dingen die anders of beter hadden gekund. Dit wordt over het algemeen in goed onderling overleg opgelost. Het beeld dat het college daarmee heeft, is dat de communicatie met andere initiatieven naar wens verloopt.

In aanvulling hierop is het goed te weten dat het college momenteel werkt aan Samen aan de Slag 2.0 waarin we de succesvolle aanpak verder door ontwikkelen. Het college informeert uw raad later dit jaar separaat over Samen aan de
Slag 2.0. Samen aan de Slag is een project van de gemeente om samen met inwoners te zorgen voor het onderhoud van de buurt. Dit betekent dat straten en stoepen, groen en speelplekken in orde zijn en dat er voldoende afvalbakken staan.
De gemeente haalt overbodig straatmeubilair, speeltoestellen en struiken weg. Zo ontstaat er ruimte voor initiatieven van bewoners die hun buurt mooier willen maken. De bewoner kan bijvoorbeeld aan de slag met:
 geveltuintjes
 buurtmoestuin
 bloeiende mini-tuintjes rondom bomen
 zwerfvuilactie
 adopteren van een afvalbak die u zelf moet legen
 wijkschouw om te kijken welke problemen er in een buurt spelen en welke
oplossingen er mogelijk zijn.


8. Hoeveel ambtenaren zijn betrokken bij het vastleggen, contact onderhouden en ondersteunen van buurtinitiatieven? Is dit voldoende?

Antwoord: Het gaat het college te ver om hier in detail aan te geven hoeveel ambtenaren betrokken zijn bij de buurtinitiatieven. De rollen en verantwoordelijkheden zijn ambtelijk duidelijk belegd en de betrokken ambtenaren weten waar ze verantwoordelijk voor zijn. Met de groei van het aantal initiatieven wordt de druk op de betrokken ambtenaren groter en het college zal, indien nodig, een voorstel doen voor uitbreiding van de capaciteit.


9. Worden eenmaal gesloten convenanten met buurtinitiatieven herzien of aangevuld zodra er belangrijke wijzigingen in de samenwerking optreden (bijv. Wisseling van contactpersonen, aanvullende afspraken)? Waarom niet?

Antwoord: Ja, dit gebeurt. Een afgesloten convenant kan altijd worden herzien, dit staat zelfs vermeld in het convenant. Zie ook de beantwoording bij vraag 5.


10. Hoe houdt het college zicht op gewijzigde, mondelinge en/of aanvullende werkafspraken tussen gemeente en initiatiefnemers?

Antwoord: Detailafspraken in convenanten worden binnen het programma Samen aan de Slag
verwerkt. Dit is in het geval van het convenant van de kruidentuin helaas niet goed
gegaan.


11. Waar kunnen initiatiefnemers met klachten of tips over de samenwerking met de gemeente terecht?

Antwoord: De groen- en onderhoudscoach is het eerste aanspreekpunt voor klachten, meldingen of
tips. Hij is bereikbaar onder aandeslag@leiden.nl. Initiatiefnemers kunnen ook via het
KCC 14071 of via het online meldingsformulier hun meldingen doorgeven.


Martine van Schaik – Partij voor de Dieren

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer