Schrif­te­lijke Vragen Samen­werking tussen gemeente en Krui­dentuin Leiden


In 2013 is aan de ir. Driessenstraat het buurtinitiatief Kruidentuin Leiden gestart: een gemeentelijk plantsoen is (gedeeltelijk) in beheer gegeven aan omwonenden en die hebben er een klein biodivers paradijsje van gemaakt. Er is een convenant afgesloten en het initiatief wordt regelmatig aangehaald als goed voorbeeld op gebied van buurtinitiatieven.

Helaas ervaren de vrijwilligers van het buurtinitiatief de samenwerking met de gemeente als erg lastig: er is sprake van wisselende contactpersonen, niet beantwoorde e-mails/ telefoontjes en niet nagekomen afspraken. De druppel die de emmer deed overlopen was dat de gemeente de bolesdoorns heeft gesnoeid alsof het knotwilgen1 waren en daarnaast aanvullende schade hebben veroorzaakt (vertrapte planten) en troep hebben achter gelaten in de tuin. Bovendien heeft de rigoureuze snoei van de bolesdoorns tot gevolg dat de aangeplante schaduwplanten komend groeiseizoen in de volle zon komen te staan. Deze planten hebben daardoor een zeer kleine kans op overleven.

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt het lid Van Schaik (Partij voor de Dieren) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen:

1. Kent het college het buurtinitiatief Kruidentuin Leiden aan de ir. Driessenstraat?

2. Hoe kan het gebeuren dat de bolesdoorns in de Kruidentuin verkeerd zijn gesnoeid, tegen de bestaande werkafspraken tussen de Kruidentuin en de gemeente Leiden in?

3. Wat vindt het college ervan dat tijdens de snoei van de bolesdoorns, schade is aangericht in de tuin (vertrapte planten, insectenhotel op de grond gegooid)? En dat door de snoei de aangeschafte planten waarschijnlijk niet zullen aanslaan? Is het college bereid hiervoor excuus aan te bieden aan de Kruidentuin en haar (indien nodig) te ondersteunen bij het herstellen van de schade?

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat dit buurtinitiatief een bijdrage levert aan het behalen van gemeentelijke doelen (zoals bijvoorbeeld vergroenen, vergroten biodiversiteit, versterken sociale samenhang tussen inwoners)?

5. Is het college op de hoogte van de terugkerende problemen in de samenwerking, communicatie en naleving van afspraken tussen gemeente en initiatiefnemers? Hoe wil het college dit verbeteren?

6. Is het college bereid om in gesprek te gaan met de initiatiefnemers, te kijken hoe de samenwerking verbeterd kan worden en eventuele nieuwe/ aanvullende afspraken te maken?

7. Heeft het college er zicht op hoe de samenwerking tussen de gemeente en andere buurtinitiatieven verloopt en wordt ervaren? Spelen de problemen die de Kruidentuin Leiden signaleert (communicatie, nakomen afspraken, schade), ook bij andere buurtinitiatieven? Zo ja, bij welke en hoe gaat het college deze problemen aanpakken? Ziet het college een verschil in (problemen in) samenwerking tussen groene buurtinitiatieven en overige buurt initiatieven? Zo ja, welke?

8. Hoeveel ambtenaren zijn betrokken bij het vastleggen, contact onderhouden en ondersteunen van buurtinitiatieven? Is dit voldoende?

9. Worden eenmaal gesloten convenanten met buurtinitiatieven herzien of aangevuld zodra er belangrijke wijzigingen in de samenwerking optreden (bijv. Wisseling van contactpersonen, aanvullende afspraken)? Waarom niet?

10. Hoe houdt het college zicht op gewijzigde, mondelinge en/of aanvullende werkafspraken tussen gemeente en initiatiefnemers?

11. Waar kunnen initiatiefnemers met klachten of tips over de samenwerking met de gemeente terecht?

Martine van Schaik – Partij voor de Dieren

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer