Schrif­te­lijke vragen ‘Uit­zetten van karpers voor sport­vis­serij in Leidse wateren’


Indiendatum: mrt. 2017

Met verbijstering heeft de Partij voor de Dieren kennisgenomen van het bericht van zaterdag 4 maart in Het Leidsch Dagblad dat 232 zilverkarpers zijn uitgezet in en om de Leidse wateren, ten behoeve van de sportvisserij[1] .

In de Dierenwelzijnsnota (2012) is bepaald dat Leiden eigenaar is en blijft van de visrechten, en dus verantwoordelijk is voor het beheer:

We behouden het visrecht van de Leidse wateren. Individuele vissers hebben een schriftelijke toestemming nodig om in Leids water te mogen vissen. Dit maakt het gemakkelijker om te reageren op een achteruitgang van de visstand, schade aan ecologische oevers of wijzigende meningen ten aanzien van dierenwelzijn.

Dit wordt bekrachtigd in de Evaluatie van de Dierenwelzijnsnota (2016):

“Voor de sportvisserij wordt de huidige situatie voortgezet. Bij regels voor het sportvissen speelt niet alleen dierenwelzijn een rol, maar ook het gebruik van ecologische oevers en biodiversiteit (het al dan niet uitzetten van vis) spelen mee. Als Leiden haar visrecht verhuurt aan een hengelsportvereniging, draagt zij voor 6 jaar het visstandbeheer over. De gemeente kiest ervoor dit recht zelf te behouden. Individuele vissers hebben dan een schriftelijke toestemming van de gemeente nodig waarop de visvoorwaarden staan”

Tegen deze achtergrond hebben wij over het uitzetten van de karpers de volgende vragen:

  1. Is het uitzetten van grote aantallen vissen in Leidse wateren toegestaan?
    • A: Zo ja: op grond van welke bepalingen is dat toegestaan? Is voor het uitzetten van grote aantallen exotische vissen in Leidse wateren een vergunning vereist? Op welke gronden is deze (eventuele) vergunning afgegeven?
    • B: Zo nee: is het college bereid om de organisator van het uitzetten van de vissen erop te wijzen dat het uitzetten van dieren niet is toegestaan? Welke maatregelen gaat het college treffen tegen de partijen die deze dieren hebben uitgezet?
    • C: Bij wie berust het toezicht op dit soort misstanden?
  2. Was het college op de hoogte van het uitzetten van 232 Zilverkarpers in en om de Leidse wateren? Zo nee: is het college bereid om in gesprek te gaan met de organisator achter het uitzetten van de vissen, zodat voortaan van tevoren overeenstemming kan worden bereikt van de (on)wenselijkheid van uitzetten van dieren in Leiden?
  3. Gebeurt het uitzetten vaker? Is het mogelijk om een overzicht te geven?
  4. Welke effecten heeft het uitzetten van de karpers op het project Vissenmonitoring Leiden, aangezien hier de aanwezige populatie onnatuurlijk wordt vergroot?

    Karpers hebben een negatief effect op de waterkwaliteit en biodiversiteit [2]. Het zijn immers bodemwoelers, die de sliklaag loswoelen, waardoor het water vertroebelt en bovendien allerlei vuil, dat voorheen afgedekt was, vrijkomt. Om die reden worden ze vaak juist úit het water gehaald (Actief Biologisch Beheer). Ook kunnen ze aanzienlijke schade aan de oevervegetatie aanrichten.
  5. Is er, voorafgaand aan het uitzetten van de karpers, onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van het introduceren van 232 zilverkarpers op de waterkwaliteit en biodiversiteit in de Leidse wateren?
    • A: Zo ja: door wie is dit onderzoek verricht en wat waren de uitkomsten van dit onderzoek?
    • B: Zo nee: waarom niet?
    • C: Hoe worden de effecten van het uitzetten van de karpers op waterkwaliteit en biodiversiteit gemonitord?
    • D: Past het uitzetten in de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water?

      Karpers zijn van oorsprong exoten, die zonder voortdurende aanvulling van de mensen in ons klimaat niet zouden overleven, of op slechts enkele plaatsen.
  6. De uitgezette zilverkarpers zijn afkomstig uit het buitenland. Is de gezondheid van de dieren voorafgaand aan het uitzetten gecontroleerd? Zo ja: door wie en wat waren de resultaten? Zo nee: hoe monitort het college het risico op verspreiding van ziekteverwekkers in de Leidse wateren?
  7. Wat vindt het college ervan dat deze vissen in het water zijn uitgezet, louter en alleen met het doel om via een invasieve ingreep (met een haak door de bek) uit het water getakeld en teruggezet te worden, voor het plezier van hengelaars?
  8. Is het college bereid om beleid te ontwikkelen waarmee het doelbewust uitzetten van dieren, gereguleerd kan worden? Zo ja: op welke termijn kan het college de raad over de voortgang rapporteren? Zo nee: waarom niet?
  9. De zilverkarpers hebben een uniek schubbenpatroon, waaraan ze individueel kunnen worden herkend. Hierdoor kan dus ook gemeten worden, hoe vaak ze worden opgehengeld. Is de gemeente bereid afspraken te maken met de hengelaars, om vangsten door te geven, zodat het leed dat vissen wordt aangedaan, gemeten kan worden?

Dick de Vos

Partij voor de Dieren

[1] Zie https://www.leidschdagblad.nl/leiden-en-regio/leidse-wateren-232-karpers-rijker.

[2] Zie bijvoorbeeld http://www.ravon.nl/Portals/0/PDF3/A%20risk%20analysis%20of%20bigheaded%20carp%20(Hypophthalmichthys%20sp.)%20in%20the%20Netherlands.pdf

en http://edepot.wur.nl/332094.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer