Schriftelijke vragen Warmtelekken en Terrasverwarming

Schriftelijke vragen Warmtelekken en Terrasverwarming

Geacht college,

Morgen, 10 februari, is het warme-truiendag. Veel mensen trekken dan een trui aan zetten dan de verwarming lager om energie te besparen. In schril contrast daarmee is een ontwikkeling die wij met lede ogen aanzien: een groot aantal winkels laat de open staan, vaak met een luchtstroom om koude en warme lucht te scheiden. (warmtegordijn). Dit gebeurt ook midden in de winter. Uit onze telling op de Haarlemmerstraat van 3 februari 2017 bleek dat dit bij 124 winkels het geval was. Een andere vorm van energieverspilling vinden wij het toenemend aantal horecaondernemingen dat terrasverwarmers buiten plaatst, zelfs midden in de winter. De gemeente Leiden heeft in het verleden de warmetruiendag gestimuleerd, in elk geval op scholen. Tegelijk laat u toe dat de kachel buiten roodgloeiend staat. Binnen een trui, maar buiten in je T-shirtje onder de terrasverwarmer.  Dit kunnen wij niet met elkaar rijmen en daarom heeft De Partij voor de Dieren de volgende vragen.

Doet de gemeente zelf ook mee met warme-truiendag? Stimuleert u deze actie? Zo ja, waar en hoe?

Antwoord:

Ja, op vrijdag 10 februari was het ook bij de gemeente Leiden Warme Truiendag. Medewerkers werden hierop geattendeerd en de verwarming stond lager.

Daarnaast stimuleren we inderdaad scholen aandacht te besteden aan energiebesparing. Zo vond de feestelijke afsluiting van de Energy Battle op de Lorentzschool plaats op Warme Truiendag. 

Zorgen open deuren met een warmtegordijn in uw ogen voor een verspilling van warmte en energie? Is er een schatting te maken van de omvang van deze verspilling?

Antwoord:

Ja, door open deuren lekt warmte weg. Een schatting van deze gegevens is niet bekend bij de gemeente.

Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat energiebesparing en het dichten van warmtelekken een belangrijke eerste stap is (stap 1 in de Trias Energetica), die nodig is voor het behalen van de Leidse CO2-reductie doelstellingen?

Antwoord:

Ja, energiebesparing is de eerste stap

Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het verwarmen van de buitenlucht niet in lijn is met de eerste trede van de Trias Energetica (energiebesparing) en niet bijdraagt aan de ambitie van het college om een duurzame en klimaatneutrale stad te worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Ja, terrasverwarmers dragen inderdaad niet bij aan een lager energieverbruik in de stad.

Duurzame horeca-ondernemers, die vanwege milieuoogpunt afzien van terrasverwarmers, worden benadeeld doordat andere horeca-ondernemers wel terrasverwarmers inzetten om het terrasseizoen te verlengen.

Erkent het college dit probleem waar duurzame ondernemers mee kampen?
Is het college bereid te kijken naar maatregelen voor Leidse horeca die duurzaam gedrag stimuleren en onduurzaam gedrag afremmen?

Antwoord:

Nee. Duurzame ondernemers ervaren dit niet als probleem maar kiezen bewust voor duurzame alternatieven zoals dekentjes.
Ja. vanuit het programma duurzaamheid bevorderen we duurzame bewustwording en stimuleren wij ondernemers in de stad om duurzame maatregelen toe te passen. Daarbij helpt de Stichting Duurzame Horeca Leiden e.o. de gemeente. Op advies van de Stichting heeft de gemeente vorig jaar 100 horecabedrijven een energiescan aangeboden. Door deze energiescan ontstaat bewustzijn rondom energieverbruik. Bij ondernemers met terrasverwarmers zijn ook deze elementen onderdeel van de scan. Van de ondernemers die een energiescan hebben ontvangen heeft ondertussen circa 50% maatregelen genomen. Vanwege dit succes is besloten om dit jaar ook midden- en kleinbedrijven / winkeliers een soortgelijke scan aan te bieden.

In principe staat het iedere ondernemer vrij om wel of geen terrasverwarmers te gebruiken, net zoals het iedere horeca ondernemer vrij staat om wel of geen vlees te serveren of wel of geen biologische producten te serveren. Het college is van mening dat klanten zelf de overweging maken om te verblijven bij een duurzame of minder duurzame gelegenheid. De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners hierover geïnformeerd worden en ondersteunt daarom de Stichting Duurzame Horeca Leiden e.o,.

Is het college bereid om onderzoek te doen naar mogelijk andere warmtelekken in Leiden (denk bijvoorbeeld aan openstaande winkeldeuren in de binnenstad, waardoor warmte ongehinderd naar buiten kan stromen)? Zo ja, wanneer wordt dat onderzoek uitgevoerd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, dit jaar wordt ook aan het MKB/ winkeliers een energiescan aangeboden. Daarin wordt per bedrijf inzichtelijk waar het energieverbruik zit en waar bespaarkansen liggen. De gemeente Leiden en de Omgevingsdienst West-Holland zijn daarnaast met verschillende andere bedrijfsbranches in gesprek over duurzaamheid en energiebesparing. 

Terrasverwarmers zijn niet verboden, maar naar wij begrepen hebben, heeft de overheid plannen voor een pilot om deze energieverspilling aan te pakken middels bewegingssensoren. Ook de Omgevingsdienst West-Holland heeft een Projectplan energiebesparingsaanpak bedrijven opgesteld. Horeca wordt hierbij expliciet genoemd.

Welke stappen kan de gemeente in afwachting van deze maatregelen nemen om een dergelijke energieverspilling tegen te gaan? Kan de gemeente zich bijvoorbeeld beroepen op het Activiteitenbesluit Milieubeheer (artikel 2.1 , 2 lid 1), dat gaat over de algemene zorgplicht van ondernemingen ter voorkoming van milieuschade? *

Antwoord:
De gemeente kan ten aanzien van terrasverwarmers geen energiebesparende maatregelen  afdwingen. Op de bij het Activiteitenbesluit behorende lijst van erkende energiebesparingsmaatregelen (maatregelen die zich binnen 5 jaar terugverdienen) worden terrasverwarmers niet genoemd. Artikel 2.14c en artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit bevatten eisen voor energiebesparing, maar deze gelden alleen voor grootverbruikers van energie; reguliere horecabedrijven vallen hier niet onder. 

Zoals aangegeven wordt door Stichting Duurzame Horeca Leiden e.o. geadviseerd over aanpassing danwel alternatieven voor terrasverwarmers.

Is het college bereid om beleid te ontwikkelen om warmtelekken in Leiden op te sporen en bijvoorbeeld een verbod op terrasverwarmers in de APV op te nemen?

Antwoord:

Nee. in plaats van regelgeving op 1 specifiek onderdeel zetten wij in op bewustzijn van het totale energieverbruik door aanbieding van een energiescan en nazorg. Het project van 100 energiescans bij de horeca-ondernemers loopt dit kwartaal af; activiteiten door de Stichting Duurzame Horeca Leiden e.o. lopen door.

Mogelijkheden zijn er eventueel om het als aandachtspunt mee te nemen in de gesprekken met MKB/detailhandel bij de uitvoer van 100 energiescans die dit jaar zullen worden uitgezet (ten aanzien van open deuren / warmte; niet zozeer met betrekking tot terrasverwarmers). 

Op 2 februari 2017 gaf wethouder Dirkse een update over de voortgang van de uitvoering van de duurzaamheidsagenda. Een belangrijk onderdeel van het thema Energie is warmte. De Partij voor de Dieren vraagt al sinds 2015 om een Leidse warmtevisie, echter tot op heden is die echter nog niet aan de raad aangeboden. Verder bleek uit de presentatie van dat de warmtevisie vooral een wijkgerichte benadering zou zijn, waarin beschreven zal worden wat de beste manieren zijn om een wijk te verwarmen. Het is de Partij voor de Dieren niet duidelijk in hoeverre hierin ook besparingsmaatregelen zijn opgenomen, terwijl warmtebesparing toch een belangrijk onderdeel van de duurzaamheidsagenda zijn.

Wanneer komt die warmtevisie?

Antwoord:
De planning voor de Leidse Warmtevisie is dat deze voor het zomerreces voor inspraak door het college wordt vastgesteld. Dit resulteert in de behandeling van deze visie door de cieLB en de gemeenteraad na de zomer van 2017. De Warmtevisie geeft antwoord op de vraag hoe we Leiden, in een toekomst zonder aardgas, op een betaalbare, betrouwbare en duurzame manier verwarmen. Er wordt  vanzelfsprekend ook ingegaan op de belangrijke rol die energiebesparing heeft in dit vraagstuk.

NB Sinds augustus 2016 loopt reeds de campagne Leiden gaat Goed die als het speerpunt energiebesparing heeft. energie.gagoed.nl

Dick de Vos

Partij voor de Dieren

* Activiteitenbesluit Milieubeheer (artikel 2.1 , 2 lid 1),

  1.  Degene die een inrichting drijft en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn dan wel het al dan niet tijdelijk buiten werking stellen van de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
     
  2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:

                  a. een doelmatig gebruik van energie;