Schrif­te­lijke Vragen: Veroor­deling door de straf­rechter van de beheerder van sport­velden in Enschede


Indiendatum: jan. 2020

Op 19 december 2019 is het sportbedrijf van de gemeente Enschede veroordeeld voor milieuvervuiling door rubberkorrels die buiten kunstgrasvelden zijn terechtgekomen. Volgens de strafrechter is sprake van opzettelijke vervuiling.

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt het lid Van Schaik (Partij voor de Dieren) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de uitspraak van de strafrechter tegen de beheerder van de sportvelden in Enschede?
Antwoord: Ja.

2. Is het college op de hoogte dat uit onderzoeken blijkt dat er in de rubbergranulaatkorrels meerdere stoffen zitten - zoals zink, kobalt en PAK's - die schadelijk zijn voor de natuur?
Antwoord: Ja. Daar is de gemeenteraad eerder in de brief Z/19/1339965 over geinformeerd, evenals de maatregelen welke het college genomen heeft ter beperking van de verspreiding van rubbergranulaat naar sloten en bermen.

3. Hoeveel sportvelden zijn er in Leiden met dergelijke rubberkorrels en van hoeveel van dergelijke sportvelden is de gemeente Leiden eigenaar?
Antwoord: De gemeente is eigenaar en beheerder van elf kunstgrasvelden met rubbergranulaat infill. Voor zover bekend is er in Leiden één ander veld in beheer van een derde partij dat met rubbergranulaat is ingestrooid.

4. Wat vindt het college ervan dat er op Leidse sportvelden milieuverontreinigende materialen liggen?
Antwoord: Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat de risico’s voor de mens bij consumptie van moestuingewassen die besproeid zijn met slootwater nabij kunstgrasvelden met rubbergranulaat naar verwachting vergelijkbaar zijn met situaties waar slootwater van echte grasvelden wordt gebruikt. Ook andere blootstellingsroutes leiden tot verwaarloosbare risico’s. Het college heeft, zie antwoord vraag 6, maatregelen genomen om verspreiding van rubbergranulaat en daarmee eventuele risico’s voor het milieu zoveel mogelijk te voorkomen.

5. Gemiddeld genomen verdwijnen er per Nederlands sportveld 400 kg rubberkorrels. Hoeveel kilo rubberkorrels verdwijnen er per jaar van de Leidse sportvelden bij elkaar opgeteld? En wordt de infill ieder jaar aangevuld met dezelfde soort korrels?
Antwoord: Hoeveel dit daadwerkelijk in Leiden is, wordt niet geregistreerd. In de afgelopen vijf jaar is 65,1 ton rubberkorrels besteld. Dat is 13 ton gemiddeld per jaar voor 11 velden, of wel 1,2 ton per jaar per veld gemiddeld. Hierbij geldt overigens ook nog dat niet alle toevoegingen nodig zijn voor verdwenen rubbergranulaat, een aanzienlijk deel wordt gebruikt om bij een sporttechnische keuring te zorgen dat het veld aan de vereiste demping voldoet. Door het gebruik door de jaren wordt het rubber namelijk compacter en verliest het veerkracht en daarmee demping. Het rubbergranulaat dat jaarlijks wordt toegevoegd bestaat uit dezelfde soort korrels en deze voldoen aan de eisen van certificering.

6. Welke maatregelen zijn er er in Leiden bij de sportvelden genomen om verspreiding van de rubberkorrels te tegen te gaan?
Antwoord: Zoals al onder vraag 2 aangehaald, heeft Leiden de volgende maatregelen in overeenstemming met het zorgplichtdocument, genomen:

Inrichting
• Het plaatsen van een kantplank, verhoogde band of bermplank langs de betreffende velden
• Verharding aanbrengen rond de velden: deze verharding is aanwezig op de betreffende velden.
• Uitloop- en Opvangvoorziening uitgang veld: er is bij elke uitgang een uitloop/borstelmat geplaatst.
• De verharding is waar nog nodig op afschot gebracht in de richting van het kunstgras, geen verdere aanvullende maatregelen nodig.
• Plaatsen Worteldoek bij afwatering verharding richting groen: niet van toepassing, zie punt hierboven.

Onderhoud
• Er wordt uitsluitend bijgestrooid met infill dat voldoet aan de eisen voor rubbergranulaat.
• Eventueel aanwezig rubbergranulaat op de verhardingen rond het veld wordt frequent opgeveegd en/of op het veld geblazen, en niet in de berm.
• Eventueel zichtbaar aanwezig granulaat in de groenstroken rond het veld wordt door middel van bladblazen uit de bermen verwijderd.
• Bij bladblazen van het veld wordt van buiten naar binnen gewerkt en wordt dus niet het blad van het veld naar de verharding en in de bermen geblazen.
• De onderhoudsmachines en gereedschappen worden voor het verlaten van het veld vrijgemaakt van aanhangend rubbergranulaat.
• Veegmachines en gereedschappen worden alleen geleegd en schoongemaakt op daarvoor aangewezen locaties (bijvoorbeeld de werf sportaccommodaties) en er wordt dus geen veegafval op het sportpark gestort om daar te laten liggen voor afvoer. Op alle locaties zijn specifieke containers geplaatst waar dit afval in kan worden afgevoerd.
• Al het veegafval van het kunstgrasveld wordt afgevoerd als bedrijfsafval.
• Bij sneeuwruimen de sneeuw niet buiten het kunstgrasveld opslaan en dus geen sneeuw van het veld in bermen en op verhardingen opslaan. Dit is niet van toepassing op de Leidse velden omdat er geen sneeuw geruimd mag worden na
sneeuwval en er daardoor ook geen sneeuw buiten het veld opgeslagen wordt.

7. Wordt er in Leiden aan het zorgplichtdocument van de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC) gehouden?
Antwoord: Ja.

8. Vindt het college dat er afdoende maatregelen genomen zijn, ondanks dat sportende Leidse kinderen de rubberkorrels mee naar huis nemen onder hun schoenen en in hun kleding?
Antwoord: Ja.

9. Wat is de planning om velden met rubbergranulaatkorrels in Leiden uit te faseren?
Antwoord: Uit de, eerder bij het antwoord op vraag 2 aangehaalde, brief van 21 februari 2019 komt de planning.

10. Waarom heeft dit college de milieuvervuilende rubberkorrels nog niet laten verwijderen van de Leidse sportvelden?
Antwoord: Het college heeft er voor gekozen, zie ook de brief van 21 februari 2019, het rubbergranulaat niet versneld te vervangen, maar tijdens de reguliere vervanging uit het sportareaal te verwijderen. Hieraan liggen de volgende beweegredenen ten grondslag:
- de technische beperkingen van het vervangen van rubber-infill door een ander type infill;
- de hoge kosten voor de vervroegde vervanging van het infill materiaal (rubbergranulaat) en/of de toplaag constructie;
- de risico’s op verder oplopende kosten door afkeuring (geen certificering) van velden;
- de huidige problemen met de opslag en de verwerkingscapaciteit in de markt;
- de mogelijke doorontwikkelingen naar bijvoorbeeld infill-loze kunstgrasvelden of andere infill materialen die niet schadelijk zijn voor de omgeving”;.
- de beperkte risico’s zoals verwoord bij het antwoord op vraag 4.


11. Hoe kijkt het college aan tegen de uitspraken van de voorzitter van de BSNC, de heer Van der Geest, die zegt: „Als je de Wet bodembescherming goed leest, legt nooit iemand nog een kunstgrasveld aan. Je kan daar niet voor 100 procent aan voldoen. Voetballers zouden zich dan op het veld moeten uitkleden, anders nemen ze altijd rubberkorrels mee.”
Antwoord: Het college neemt kennis van deze uitspraken en heeft eerder in overleg met uw raad afgesproken om geen nieuwe kunstgrasvelden met rubbergranulaat meer aan te leggen.

12. Is het college na deze uitspraak van de strafrechter wel van plan om de rubberkorrels op korte termijn te verwijderen en overweegt het college na deze uitspraak van de strafrechter extra maatregelen om milieuvervuiling vanuit de Leidse sportvelden te stoppen en verder te voorkomen?
Antwoord: Het college heeft in een eerder stadium maatregelen genomen en in overleg met de raad besloten om conform het meerjarenonderhoudsplan de velden met rubbergranulaat gefaseerd te vervangen. Wij zien geen aanleiding om deze lijn te veranderen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer