Schrif­te­lijke Vragen Vervolg Begrazing Crone­steijn


Indiendatum: okt. 2018

Polderpark Cronesteijn wordt sinds 2012 begraasd door een kudde schapen. Begrazing heeft verschillende voordelen ten opzichte van machinaal maaien. Zo levert begrazing door schapen een positieve bijdrage aan de biodiversiteit met name variëteit van bloemen en planten en dus ook insecten. Schapen gaan selectief te werk en grazen bijvoorbeeld de giftige Reuzenberenklauw weg. Ook biedt begrazing door schapen unieke educatieve mogelijkheden voor scholen en passanten en is het waardevol cultureel erfgoed.

In februari van dit jaar stelden de Partij voor de Dieren, GroenLinks en de Christen Unie al vragen over de begrazing van polderpark Cronesteijn, omdat de herder dreigde te stoppen met zijn werkzaamheden, onder andere omdat de vergoeding niet kostendekkend was. De gemeente Leiden gaf aan te zoeken naar mogelijke andere begrazende partijen en dat het beheer tot die tijd mogelijk machinaal zou moeten gebeuren.

Uit correspondentie die wij hebben ontvangen, blijkt dat er al geruime tijd geleden gekozen is voor een andere begrazende partij. Echter, tot op heden wordt Cronesteijn nog steeds machinaal onderhouden en niet begraasd. Bovendien staan er nog volop (uitgebloeide) Reuzenberenklauwen die zich nu verder kunnen verspreiden.

De Partij voor de Dieren en de Christen Unie hebben daarom de volgende vragen aan het college:

1. Klopt het dat delen van polderpark Cronesteijn nog steeds machinaal gemaaid worden en dat de Reuzenberenklauw onvoldoende bestreden is?

Antwoord: Het grootste deel van Cronensteijn wordt op dit moment begraasd: enerzijds door schapen en anderzijds door koeien (blaarkoppen) in combinatie met geiten. De moeilijk te begrazen delen worden machinaal gemaaid. Het bestrijden van de berenklauw, op plaatsen waar niet begraasd wordt, wordt pas
gedaan wanneer bezoekers die gebruik maken van het park in aanraking dreigen te komen met de berenklauw. Dit betekent dat inderdaad niet alle berenklauw overal actief wordt bestreden. De afweging om niet alle berenklauw te bestrijden is vooral een financiële afweging. Bestrijding is relatief duur (vooral handmatig) en naar de mening van het college niet efficiënt op die plaatsen waar het risico op aanraking beperkt is. Temeer daar het niet mogelijk is de berenklauw helemaal uit Cronesteijn weg te krijgen omdat
zaad van de berenklauw van de naburige gemeentes komt overwaaien en zich daardoor
opnieuw vestigt.

2. Twee verschillende begrazende partijen hebben offertes ingediend voor de begrazing van Cronesteijn. Waarom wordt polderpark Cronesteijn (of delen daarvan) nog steeds machinaal onderhouden, als er twee kuddes klaar staan om te begrazen?

Antwoord: Er is een samenwerking aangegaan met één van deze twee partijen. De partij waarmee wordt samengewerkt is de Leidsche Ommelanden. Zie verder antwoord op vraag 1.

De vragenstellers hebben signalen ontvangen dat de selectie van een begrazende partij niet correct is verlopen (de bijbehorende documentatie sturen we separaat toe). Zo zouden de partijen op basis van afwijkende criteria gevraagd zijn om offertes op te stellen. Het werken met verschillende criteria bij offertes is onwenselijk omdat de offertes dan niet correct en objectief vergeleken kunnen worden.

1. Is het college het met de vragenstellers eens dat het hanteren van verschillende criteria bij het opvragen van offertes, onwenselijk is? Zo nee: waarom niet en in welke situaties gebeurt dit nog meer?

Antwoord: Ja, het college is het er mee eens dat het onwenselijk is om een offerteaanvraag te doen met verschillende criteria. Dit is bij de offerteaanvraag betreffende het begrazen van Cronensteijn dus ook niet gedaan.

2. Hoe kan het dat twee partijen gevraagd zijn om een offerte in te dienen, op basis van verschillende criteria? Op welke manier heeft het college ervoor gezorgd dat er nog steeds een eerlijke vergelijking tussen deze offertes mogelijk was?

Antwoord: Er is maar één offerteaanvraag geweest en beide partijen hebben dus dezelfde uitvraag
ontvangen. De aanbiedingen naar aanleiding van de offerteaanvraag verschilden wel aanzienlijk van elkaar, maar niet zodanig dat dit een objectieve beoordeling in de weg zou staan. De aanbiedingen zijn beoordeeld op financiën, te begrazen arealen, mogelijke nevenactiviteiten en gestelde randvoorwaarden door de aanbieders.

3. Is het college bereid om kritisch naar de selectieprocedure te kijken en deze, indien nodig, opnieuw te doen? Zo nee: waarom niet?

Antwoord: Nee, het college is hier niet toe bereid. De reden hiervoor is dat de beoordeling naar de mening van het college objectief heeft plaatsgevonden op basis van de ingediende aanbiedingen. Het college ziet geen aanleiding dit opnieuw te doen. Temeer daar met de gekozen aanbieder inmiddels een overeenkomst is aangegaan en het onwenselijk is deze op dergelijk korte termijn al weer te ontbinden.

6. Eerder spraken de PvdD en de CU al hun zorgen uit over de (te) krappe vergoeding voor begrazingsdiensten. Op basis van welke criteria wordt een offerte beoordeeld? Hoe wordt de prijs gewogen bij de beoordeling van een offerte?

Antwoord: De offertes worden beoordeeld op financiën, te begrazen arealen, mogelijke nevenactiviteiten en gestelde randvoorwaarden door de aanbieders. Eerst zijn de aangeboden diensten beoordeeld. Vervolgens is de prijs beoordeeld. Uit de combinatie van de aangeboden diensten en de prijs is aan de economisch meest
voordelige inschrijving gegund.


Martine van Schaik – Partij voor de Dieren
Pieter Krol – Christen Unie

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer