Schrif­te­lijke Vragen Vervolg Begrazing Crone­steijn


Polderpark Cronesteijn wordt sinds 2012 begraasd door een kudde schapen. Begrazing heeft verschillende voordelen ten opzichte van machinaal maaien. Zo levert begrazing door schapen een positieve bijdrage aan de biodiversiteit met name variëteit van bloemen en planten en dus ook insecten. Schapen gaan selectief te werk en grazen bijvoorbeeld de giftige Reuzenberenklauw weg. Ook biedt begrazing door schapen unieke educatieve mogelijkheden voor scholen en passanten en is het waardevol cultureel erfgoed.

In februari van dit jaar stelden de Partij voor de Dieren, GroenLinks en de Christen Unie al vragen over de begrazing van polderpark Cronesteijn, omdat de herder dreigde te stoppen met zijn werkzaamheden, onder andere omdat de vergoeding niet kostendekkend was. De gemeente Leiden gaf aan te zoeken naar mogelijke andere begrazende partijen en dat het beheer tot die tijd mogelijk machinaal zou moeten gebeuren.

Uit correspondentie die wij hebben ontvangen, blijkt dat er al geruime tijd geleden gekozen is voor een andere begrazende partij. Echter, tot op heden wordt Cronesteijn nog steeds machinaal onderhouden en niet begraasd. Bovendien staan er nog volop (uitgebloeide) Reuzenberenklauwen die zich nu verder kunnen verspreiden.

De Partij voor de Dieren en de Christen Unie hebben daarom de volgende vragen aan het college:

1. Klopt het dat delen van polderpark Cronesteijn nog steeds machinaal gemaaid worden en dat de Reuzenberenklauw onvoldoende bestreden is?

2. Twee verschillende begrazende partijen hebben offertes ingediend voor de begrazing van Cronesteijn. Waarom wordt polderpark Cronesteijn (of delen daarvan) nog steeds machinaal onderhouden, als er twee kuddes klaar staan om te begrazen?

De vragenstellers hebben signalen ontvangen dat de selectie van een begrazende partij niet correct is verlopen (de bijbehorende documentatie sturen we separaat toe). Zo zouden de partijen op basis van afwijkende criteria gevraagd zijn om offertes op te stellen. Het werken met verschillende criteria bij offertes is onwenselijk omdat de offertes dan niet correct en objectief vergeleken kunnen worden.

3. Is het college het met de vragenstellers eens dat het hanteren van verschillende criteria bij het opvragen van offertes, onwenselijk is? Zo nee: waarom niet en in welke situaties gebeurt dit nog meer?

4. Hoe kan het dat twee partijen gevraagd zijn om een offerte in te dienen, op basis van verschillende criteria? Op welke manier heeft het college ervoor gezorgd dat er nog steeds een eerlijke vergelijking tussen deze offertes mogelijk was?

5. Is het college bereid om kritisch naar de selectieprocedure te kijken en deze, indien nodig, opnieuw te doen? Zo nee: waarom niet?

6. Eerder spraken de PvdD en de CU al hun zorgen uit over de (te) krappe vergoeding voor begrazingsdiensten. Op basis van welke criteria wordt een offerte beoordeeld? Hoe wordt de prijs gewogen bij de beoordeling van een offerte?

Martine van Schaik – Partij voor de Dieren
Pieter Krol – Christen Unie

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer