Schrif­te­lijke Vragen: Volière in Plantsoen


Indiendatum: 30 jun. 2022

Recent is de volière in het Plantsoen opengeknipt, waardoor veel van de daar gehuisveste vogels zijn ontsnapt. De Partij voor de Dieren veroordeelt deze vernieling en benadrukt met klem dat het openknippen van de volière niet in het belang is van de dieren, omdat de ontsnapte vogels (waarschijnlijk) niet kunnen overleven in de natuur.

Tegelijkertijd heeft de Partij voor de Dieren wel kritiek op huisvesting van vogels in de volière in het Plantsoen. De Partij voor de Dieren signaleert dat vogels hun natuurlijke gedrag (met name vliegen) niet of onvoldoende kunnen vertonen in de volière.

Het houden van vogels in een volière wordt soms gerechtvaardigd met het argument van (natuur)educatie of dat het dieren betreft waarvan afstand is gedaan.

Helaas draagt het tonen van vogels (of andere dieren) in gevangenschap niet bij aan educatie over deze dieren: het voornaamste dat mensen ervan leren is hoe dieren zich gedragen als ze opgesloten zijn. Bovendien was er bij de volière in het Plantsoen geen informatie over de getoonde dieren te vinden.

Het opvangen van vogels waarvan afstand is gedaan, juicht de Partij voor de Dieren toe. Maar voorwaarde hiervoor is wel dat ook afstandsdieren passend gehuisvest worden: ook deze dieren moeten dus hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen. In de volière in het Plantsoen was dat niet het geval.

Daarom stelt de Partij voor de Dieren aanvullende schriftelijke vragen naar aanleiding van de op 27 juni door de VVD ingediende schriftelijke vragen over ‘vandalisme bij volière in het Plantsoen en het verhalen van kosten op daders’. Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen de leden Laura Delver en Martine van Schaik (Partij voor de Dieren) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen:

  1. Hoeveel vogels en welke vogelsoorten waren in de volière aanwezig in de nacht van vrijdag 24 juni op zaterdag 25 juni?
  2. Wat was de herkomst van deze vogels? Welke vogels waren afstandsdieren? Welke vogels zijn gefokt binnen de gemeentelijke organisatie? Worden er wel eens dieren aangekocht voor plaatsing in de volière?
  3. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het tonen van vogels in kooien - in de openbare ruimte - het signaal afgeeft dat het normaal is dat dieren in gevangenschap leven?
  4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de oude volière in het Plantsoen geen geschikte leefomgeving is voor vogels, omdat zij hierin hun natuurlijke gedrag niet kunnen vertonen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom is deze volière nog steeds in gebruik?
  5. Ook vogels waarvan afstand is gedaan, moeten op een passende manier worden gehuisvest. Is de gemeente bereid om te kijken op welke manier vogels, die niet herplaatst kunnen worden, op zo’n manier gehuisvest kunnen worden dat zij hun natuurlijke gedrag wel kunnen vertonen? Waar en wanneer zou deze alternatieve huisvesting gerealiseerd kunnen worden?
  6. Als er beter passende huisvesting is gevonden voor de (afstands)vogels die anders in de volière in het Plantsoen geplaatst zouden worden, verliest de huidige volière haar functie. Is het college bereid te onderzoeken welke andere functies aan de volière kunnen worden gegeven?